Young Poets gedichtenwedstrijd

Ik heb met mijn gedicht ‘Het’ de tweede prijs gewonnen in de wintergedichtenwedstrijd van Young Poets rond het thema ‘Reizen’. Het gedicht wordt in augustus 2016 opgenomen in literair jongerentijdschrift Ochtendlicht.

De jury over mijn gedicht: “De dichter stapelt een aantal ongewone beelden op tot een gedicht. De kracht ervan zit net in deze absurde opeenstapeling die gedoseerd blijft. Vooral het beeld van een overvol strand spreekt tot de verbeelding en getuigt ook van een vermogen om visuele beelden om te zetten in ijzersterke taal van prachtig volwassen zinnen.”

HET

er is nog adem op de ruit
het regenbos dat brandt
de vachten van de maan
in oliehuid verkoold

er zijn nog haken in je stem
de liftkoker doorboord
een helm, je ritst gedempt
de tongen uit het zand

er is nog kneden voor
het smelt, het harde in je palm
het roert zichzelf de meester
een asvlok op het glas

plots valt het voorover
noemt zichzelf nog god
sleurt het aan het laken
de dode spiegel in

en dan
rijstrook na rijstrook
als witte duiven uitgelepeld
de lijven op het strand

Advertisements

Kluger Hans #28 – Conformisme

KH28_cover-722x1024

Mijn gedicht ‘dialoog met een haardroger’ staat in Kluger Hans #28, tussen het werk van o.a. Marieke Rijneveld, Peter Mangel Schots, Anne Broeksma en Tijl Nuyts. Het thema van het nummer is conformisme.

Een voorsmaakje:

‘natuurlijk hebben we genoeg van de muur

die zich als een geruisloze slang om Europa windt

 

maar verkeersberichten blijven de beste mantra’s

voor het woekeren van ons geslacht

dat zich opkrult en kirt als een vraagteken’

 

De Lach van de Wasbeer

Ik luister hoe de melodie van de ijscowagen zich een weg baant door het donker. Rita ligt naast mij in bed. Ik moet gaan. Wanneer ik de gang in wandel, valt er een streep licht door de kamer en even hoor ik haar adem stokken. In een flits zie ik het paarse dekentje waarin ze zich had gewenteld toen ze in de zetel zat, haar mond een jammerende wonde. Ik open de voordeur. De wagen straalt een warmte uit die ik bijna kan aanraken, als een zinderend vrouwenlichaam. Witte druppels ijs rollen over haar lippen en kin.

‘Papa?’

Het is stil. Alsof de vrouw rondom mij versteend is. Wat overblijft zijn mijn ogen die een halve cirkel beschrijven in de lucht. De top van een paardenstaart, grote, katachtige ogen. Sara’s gezicht verschijnt.

Sorry schat.

Mijn blik draait alweer weg, dieper de nacht in. Ik zie nog net hoe iets begint te trillen in haar mondhoek.

Verlichtingspalen razen voorbij. Sara’s regenboogkleurige kettinkje ratelt tegen de achteruitkijkspiegel. Uit de romp van de ijscowagen stijgt een gekrijs op, de volumeknop is verdwenen.

Continue reading “De Lach van de Wasbeer”

Tip van de Week op Azertyfactor

Dimitri Casteleyn koos mijn gedicht ‘Fazant‘ als tip van de week.

http://azertyfactor.be/

“In het gedicht ‘Fazant’ voel je een schrijver-in-wording. Iemand die zoekt, proeft, probeert en toch al mooie teksten schrijft. Iemand die ik graag aanspoor de ingeslagen weg verder te bewandelen (zo zijn er nog verschillende maar ik mocht er maar één kiezen). ‘Fazant’ heeft iets grappigs, iets absurds, iets dat uitnodigt verder in te vullen. Het nodigt mij ook uit te herlezen. Go Mattijs, go! De Griekse goden zullen je dankbaar zijn.” – Dimitri Casteleyn

 

Kortfilm Eefje Donkerblauw op Ciné Kadee

De kortfilm ‘Eefje Donkerblauw‘ (2014) van Charlotte Dewulf, waarvoor ik het scenario schreef, zal te zien zijn op het Internationaal Jeugdfilmfestival Ciné Kadee. Daarnaast is regisseuse Charlotte ook gastspreker op het festival.

De film is gebaseerd op het gelijknamige kinderboek van Geert De Kockere.

Voor speeldata en data: bekijk de website.

Voor extra info over de kortfilm: bekijk de site of facebookpagina.

De Stroom

December. Het heeft gesneeuwd. Tussen de velden staat een brug. Autowielen hebben lijnen getrokken in de sneeuw, waaruit aan weerszijden van de weg verlichtingspalen oprijzen. Het enige hoorbare geluid is het ruisen van de snelweg die onder de brug loopt.

Uit de achtergrond stijgt het ritme van voetstappen op. Een kleine jongen in een donkerblauwe jas verschijnt aan de voet van de brug. Hij draagt een boekentas en op zijn hoofd staat een zwarte pet. Bedachtzaam wandelt hij naar boven, kijkt naar zijn voeten die bij elke stap krakend in de sneeuw verdwijnen. Er steekt een colaflesje tussen de metalen vlakken van de vangrail. Hij kijkt achterom naar de maan die vervaagt in de resten van de nacht en wandelt vervolgens verder naar de top. Daar aangekomen schudt hij de zware tas van zijn schouders, vangt hem op in zijn rechterhand en zet hem naast zich tegen het hek. Aan de horizon ziet hij de rode rivier van achterlichten verdwijnen, alsof de wereld daar ophoudt en alles naar beneden wordt gezogen, de duisternis in.

Zijn blik valt op de auto’s die onder hem door schieten. Hij bukt zich en neemt wat sneeuw in zijn hand. De kou bijt in zijn huid. Hij kijkt tussen de tralies naar de snelweg en drukt de sneeuw samen tot een bal. Hij staat opnieuw recht. Voorzichtig kijkt hij over de rand van het hek, brengt zijn armen naar voor, wacht tot hij het geronk dichterbij hoort komen en laat de sneeuwbal vallen. Hoe hij kleiner wordt in de diepte en openspat op het asfalt, zo’n twee meter achter de auto. Als een waarschuwing, of een teken van bovenaf. De ijskoude lucht raast door zijn longen. Het voelt alsof hij voor de eerste keer die ochtend echt ademhaalt. Er vlamt iets op in zijn ogen. Opnieuw bukt hij zich en maakt een sneeuwbal. Hij kijkt naar beneden. Rode vegen licht. De sneeuwbal als een kogel in zijn handen. Het geluid van een wagen die onder de brug door rijdt. Wolkjes lucht die tussen zijn lippen opwellen. Hij laat los. Een witte bloem klapt open op het dak van de auto. Heel even lijkt het of het volledig stil is. De auto wijkt lichtjes af naar rechts maar rijdt dan door alsof er niets gebeurd is. Een vogel vliegt over. Hij luistert naar de snelweg, die ruist als voordien. Kon hij de stroom maar buigen en de auto’s laten terugkeren naar waar ze vandaan komen. In de verte ziet hij de auto met de sneeuwbal op zijn dak. Hij is nog slechts een blinkend puntje op weg naar de opkomende zon die door de wolken schuift. Niet lang meer voor hij voor altijd verdwijnt achter de rand van de snelweg.