Nieuwe poëzie – december 2018

Een aantal gedichten uit een nieuwe, nog niet gepubliceerde reeks van een vijftiental gedichten.

 

WATER

 

Wanneer ik jou naast me zie huilen

om een reclamefilmpje, met je rug krom

en je ogen rood en gezwollen, en ik je hoor

lachen om je eigen gesnik, denk ik:

we zijn niets meer dan zakken vol water en hormonen.

Geen god kan ons zo gemaakt hebben.

 

Helder wil ik zijn, geen druppel op mijn tong

tot ik zo nuchter word dat ik mezelf niet meer herken.

 

Ik ben bang van alles wat ik kan verwezenlijken.

De toekomst staat als een witte deur

op mijn muur geschilderd.

 

MAANKUS

 

Vannacht droomde ik

dat er een maan naar de Aarde dreef.

Op de radio sprak men van een kus

tussen hemellichamen.

 

Wij woonden aan de goede kant

van de planeet en gingen de straat op.

Het leek wel nieuwjaar, we telden af

en toen de nul weerklonk,

zagen we een gloed

achter de huizen verschijnen.

 

Geen geluid, enkel die gloed,

van gele, torenhoge vlammen.

 

RELIGIE

 

Ik wou dat ik je kon opbellen

en vertellen waarover ik heb gedroomd.

Maar dat doen mannen niet.

 

Een vorm van schrijven

zonder hermetische pijn.

 

Er hangt rook in mijn schedel

en ik heb het gevoel dat ik elk moment kan huilen

maar de dam wil niet breken.

 

Ik zie mezelf als minstreel achter het raam zitten:

een jongen met de stem van een man,

een luit in de hand.

 

Geef toe, wie wil nu niet als Dalí de regenpijp opklimmen

voor de ogen van de hele speelplaats?

 

Zou er een catharsis kunnen plaatsvinden

al luisterend naar je eigen levensverhaal op een divan?

 

In de krant lees ik dat een man in India

drie meisjes verkracht en levend verbrand heeft.

Ik kan het niet laten het voor me te zien

als een hypergestileerde filmscène in rode en blauwe tinten:

de benzine die uit de jerrycan op hun lichamen gutst,

het aansteken van de lucifer.

 

Kan er iemand alsjeblieft de draden komen doorsnijden?

 

JE VRAAGT ME

 

Je vraagt me waarom ik drink.

Om de hand te reiken

naar de ander in mezelf,

mijn vingers in zijn mond te steken

en het speeksel uit te smeren

over de neonverlichte dansvloer.

 

Je vraagt me waarom ik verander van job.

Omdat de wereld één groot bedrijf is

en we allemaal van de ene afdeling

naar de andere peddelen.

 

Je vraagt me waarom ik over mezelf schrijf.

Omdat de wereld het al de hele dag

over zichzelf heeft.

 

Je vraagt me waarom ik voltijds werk.

Om de psychotherapie te kunnen

betalen die me moet afhelpen

van de stress die ik krijg van voltijds werken.

 

Zie ons vissen in onze digitale vijver.

Straks hangen we buik aan buik

te drogen aan de draad,

knijpers in ons witte vlees.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s