Debuutbundel bij Poëziecentrum

Ik heb getekend bij uitgeverij Poëziecentrum voor mijn debuutbundel ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan’. Hij verschijnt in het voorjaar van 2020.

Foto contract

Drie gedichten in De Optimist

Er verschenen drie nieuwe gedichten van mij in het online literair tijdschrift De Optimist. Lees ze hier.

De gedichten komen uit een poëzieproject rond het thema mannelijkheid waar ik al een tijdje aan bezig ben. De centrale vraag: wat betekent het vandaag om een man te zijn? Marieke Verboord maakte er twee zonnige illustraties bij. deoptimist_illu-marieke-verboord_mattijs-deraedt_980

Poëzie op zondag – OBA Amsterdam

Op 17 november was ik te gast tijdens Poëzie op zondag in de openbare bibliotheek van Amsterdam. Ineke Holzhaus leidde mijn poëzie in en ging nadien met me in gesprek over hoe ik ben begonnen met dichten, de invloed van de stad op mijn poëzie en hoe de dood nieuwe betekenissen geeft aan de dingen rondom ons. Haar introductie sloeg de nagel op de kop, ik wil hem je dan ook niet onthouden.

‘In zijn gedichten is Mattijs Deraedt een goed observator. Hij loopt door steden en de wereld en kijkt en luistert naar het moderne leven.

‘De mensen hier roeien nergens naartoe,’ schrijft hij in het gedicht met de titel Leuven. Ook in het gedicht Brussel speelt de stad een grote rol. De dichter doet meer dan noteren, hij begeeft zich in zijn eigen gedichten en wordt een medespeler, of hij dit nu doet in zijn eigen gedaante of in die van iemand anders.

Afscheid en dood zijn andere thema’s. Niet alleen van naasten maar ook van bijvoorbeeld slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog zijn onderwerp. Op het riskante af, zou ik willen zeggen, maar toch wint het gedicht ‘Een stapel kinderschoenen,’ het van mijn argwaan. Door de bijna nuchtere toon van zijn verzen, geeft de dichter ruimte aan de lezer, verschaft hij toegang tot zijn gedichten. Mattijs Deraedt is niet op zoek naar een abstract taalspel of geheimzinnige hermetische verzen. In heldere concrete woorden baant hij zich een weg tot hij zijn gevonden geheim kan openbaren.

‘Je noemt ze en ik zal ze je geven.

Maar ren niet meer weg,’

schrijft hij in het gedicht ‘Je hoeft me niets te vertellen.’

Ook reizen en natuurlijk de liefde zijn niet weg te denken uit de gedichten.

Hij lijkt in zijn werk contact te maken met een vroegere generatie, die van Herman de Coninck en Eddy van Vliet. Maar hij is vooral zichzelf: Mattijs Deraedt.’

Recensie Het Liegend Konijn 2019/1

Dirk De Geest schreef een mooie recensie over het nieuwste nummer van Het Liegend Konijn, en daarin kwamen ook mijn gedichten even langs.

“Iemand als Mattijs Deraedt vertrekt van anekdotes, in dit geval concrete ruimtes, om zijn verhalen te stofferen. Hoe dan ook is de vormbeheersing bij die jongeren opmerkelijk.” (…) “Het opmerkelijkst zijn evenwel de debutanten die aan het woord komen. In deze aflevering gaat het om een fors dozijn nieuwe talenten, waarvan de meesten zich meteen als belangrijke geluiden manifesteren.”

Lees de volledige recensie hier.

Nachtdichter NPO Focus

Een maand geleden nam ik enkele gedichten op bij NPO Radio 1, voor de rubriek ‘Nachtdichter’ op NPO Focus.

Eén van die gedichten was een liefdesgedicht, getiteld ‘Je hoeft me niets te vertellen’. Het werd uitgezonden op 28 januari. Je kan het fragment hier beluisteren.

 

JE HOEFT ME NIETS TE VERTELLEN

 

Ik vond een bijenkorf

in de borst van een buffel.

 

En jij?

Welke beelden zal ik nog voor je stelen?

 

Ik wou je zo veel vertellen.

Hoe ik nachten heb doorgebracht

in een kamer aan de rand van een hoofdstad,

tussen koningstuinen en met bloed bevlekte metrohaltes.

 

Hoe daar enkel de regen op dezelfde manier viel

als gelijk waar ter wereld, stil en ritselend op de straatstenen

als duizenden poten van iets wat we nooit zullen zien.

 

En hoe me dat raakte.

 

Ik had je willen vertellen hoe ik

aan de fonteinen had gedronken

en dat ze me beloofd hadden dat dit elke avond,

dat de zomer nooit –

 

We klommen naar de top van het web

en likten wijn uit elkaars gevouwen handen,

we zagen de lusters boven onze hoofden

vergelen, sloegen elkaar in het gezicht tot we kwamen,

tot we zeker waren dat hetgene wat ons door het water

achtervolgde, ons nooit zou inhalen.

 

Zeg het me.

Welke beelden zal ik voor je stelen?

 

Een groen schijnsel door de gordijnen,

rode panters op de muren,

mijn persoonlijke Vertigo.

 

Je noemt ze en ik zal ze je geven.

Maar ren niet meer weg.

 

Kom zitten aan de fontein en drink.

Je hoeft me niets te vertellen.